Wat te doen als de sensor van je lamp continu aan/uit gaat?

Wat te doen als de sensor van je lamp continu aan/uit gaat?

Het is een van de meest irritante problemen met een sensorlamp: je loopt weg, de lamp gaat netjes uit… en springt een seconde later direct weer aan. En weer uit, en weer aan. Dit onrustige ‘cyclen’ is niet alleen vervelend, het ondermijnt ook het hele doel van de sensor.

Wat veroorzaakt dit spookachtige gedrag? Als tuinverlichtingexpert kan ik je geruststellen: de sensor is vrijwel zeker niet kapot. Hij doet zijn werk, maar hij wordt in de war gebracht door zijn omgeving. De oorzaak is bijna altijd een vorm van ‘valse trigger’.

 

Oorzaak 1: Reflectie van het eigen licht 

Dit is verreweg de meest voorkomende oorzaak van een continu schakelende sensor.

  • Het probleem: De sensor is zo gericht dat hij het licht van zijn eigen lamp ‘ziet’ dat reflecteert op een nabijgelegen oppervlak. Denk aan een witte muur, een glimmend raam, een plas water op de tegels of de motorkap van een auto.

  • De valse logica:

    1. De sensor detecteert jou en schakelt de lamp AAN.

    2. Je loopt weg, het wordt donker. De sensor schakelt de lamp UIT.

    3. De plotselinge verandering van een verlichte muur naar een donkere muur wordt door de gevoelige sensor geïnterpreteerd als een nieuwe ‘gebeurtenis’ of ‘beweging’.

    4. De sensor schakelt de lamp direct weer AAN. De cyclus herhaalt zich.

  • De oplossing:

    • Pas de hoek van de sensor aan: Dit is de makkelijkste oplossing. Draai het bolletje van de sensor een paar graden naar beneden of opzij, weg van het reflecterende oppervlak. De sensor moet in de donkere detectiezone kijken, niet naar de muur die hij zelf verlicht.

    • Verlaag de gevoeligheid (SENS): Draai de SENS-knop iets terug. Hierdoor wordt het detectiebereik kleiner, waardoor de sensor de reflectie mogelijk niet meer ‘ziet’.

 

Oorzaak 2: Hittebronnen in het detectieveld

Een PIR-sensor reageert op (infrarood) warmte.

  • Het probleem: De sensor is gericht op een object dat warmte afgeeft of onregelmatig van temperatuur verandert. Denk aan de uitlaat van een CV-ketel, de ventilator van een airco-unit, of een afvoerpijp waar warm water doorheen stroomt.

  • De oplossing: Herpositioneer de sensor of het hele armatuur zodat deze warmtebronnen buiten het detectieveld vallen.

 

Oorzaak 3: Bewegende objecten in het detectieveld

  • Het probleem: De sensor is gericht op objecten die constant of onvoorspelbaar bewegen, zelfs bij een klein zuchtje wind. De klassieke voorbeelden zijn:

    • Grote, laaghangende takken van een boom of struik.

    • Een wapperende vlag of de was aan de waslijn.

    • Een hangende plantenbak.

  • De oplossing: Richt de sensor zo dat deze ‘vaste’ objecten niet in zijn blikveld heeft. Je kunt ook proberen de gevoeligheid (SENS) te verlagen, zodat hij de kleinere bewegingen van de takken negeert.

 

Oorzaak 4: Vocht of insecten in de sensor

  • Het probleem: Soms is de oorzaak heel klein. Een spin die een web weeft direct voor de sensorlens kan door de wind bewegen en een trigger veroorzaken. In zeldzame gevallen kan vocht dat in de sensor is gedrongen, voor een kortsluiting en onvoorspelbaar gedrag zorgen.

  • De oplossing: Maak de sensorbol grondig schoon en verwijder alle spinnenwebben. Als je condens in de sensor ziet, schakel dan de stroom uit, probeer hem voorzichtig te openen en te laten drogen. Vaak is de waterdichte afdichting dan echter al aangetast.

 

Herijk de blik van je sensor

Een continu schakelende sensor is bijna altijd een omgevingsprobleem. De sensor is niet defect, maar ‘verward’. Loop de bovenstaande oorzaken systematisch na. Begin altijd met het controleren op zelfreflectie; dit is in 8 van de 10 gevallen de boosdoener. Door de sensor zorgvuldig opnieuw te richten en de gevoeligheid af te stellen, kun je dit irritante probleem vrijwel altijd oplossen.

Deze website gebruikt cookies voor een optimale website ervaring.